TV via Internet

Kijk gratis Nederlandse televisie programma's via het internet!

Kijktips Nederland 3

Wat is er op dit moment op Nederland 3? Nederland 3 is een typische culturele en wetenschappelijke zender van de publieke omroep. Verdieping en kennisdelen staan hier als begrippen centraal. Omroepen als VPRO en VARA bieden van oudsher veel aanbod op deze zenders. De Wereld Draait Door was hier ook op. En wat zijn de leuke kijktips voor vanmiddag en vanavond op Nederland 3? Bekijk hieronder het overzicht!

Top 5 actuele programma's

Escaperooms, achter de schermen voer voor psychologen

Escaperooms hebben meer te bieden dan vermaak voor een vriendentrip, teamuitje of vrijgezellenfeest. Ze lenen zich ook steeds vaker voor een kijkje in wie we zijn. "Leren of jezelf ontwikkelen moet natuurlijk wel leuk blijven, juist daarom is de escaperoom zo geschikt", zegt arbeidspsycholoog Annika van den Hoek, die in The Great Escape in Zwolle groepen collega's observeert.

"Mijn collega en ik zitten achterin de controlekamer en kijken vanaf de zijlijn mee. We zien alles. Daarna geven we een training waarin we onze feedback vertalen naar hun eigen werkpraktijk. Een leuk voorbeeld is het spanningsveld van wie de leiding neemt. Dat is dus vaak niet de baas. Je krijgt mooi inzicht in wat natuurlijke rollen zijn voor mensen. Dat is voor leidinggevenden heel nuttige informatie."

"Een escaperoom geeft ons heel veel inzicht in rolpatronen, communiceren en samenwerken. Zo kijken we waar iemands kwaliteiten of talenten liggen", zegt Van den Hoek. "Het is en een teamuitje en het is heel functioneel. We doen het steeds vaker. Nu alleen nog in Zwolle, maar we zijn al bij escaperooms in Almere en Utrecht geweest om het ook daar te doen."

Benieuwd wat er achter de schermen gebeurt als jij puzzels aan het oplossen bent? Dit:

Bij AKA Escape Rooms, ook in Zwolle, gebeurt iets soortgelijks, maar dan door de eigenaren zelf. "Mijn collega heeft een achtergrond in de psychologie en ik ben zelf werkzaam geweest in de psychiatrie als groepsbegeleider", zegt Reinier van der Wal van AKA Escape Rooms.

"Toen wij met de escaperooms begonnen, wilden we de puzzels op zo'n manier vormgeven dat we aan de hand daarvan kunnen zien welk gedrag een groep vertoont. Zo hebben we bijvoorbeeld een puzzel die bewust lang en vervelend is. Dan kijken wij: wie houdt vol? Wie raakt geïrriteerd en wie haakt er af? Wie neemt het voortouw en wie is praktisch bezig?"

Volgens Van der Wal gedragen mensen zich niet anders ook al weten ze dat ze worden geobserveerd. "Het leuke van een escaperoom is dat deelnemers zich na 5 minuten al lang niet meer bewust zijn van de camera die meekijkt. Je wordt teruggeworpen op je eigen basishouding, omdat je opgaat in het spel."

Van der Wal gebruikt de DISC-methodiek om persoonlijkheidsstijlen te meten. "Dat is binnen de psychologie een veelgebruikte tool om erachter te komen wat voor persoon iemand is. Is iemand introvert of extravert? Is iemand mensgericht of taakgericht?

Uit een rondgang van NOS op 3 bij tientallen escaperooms kwam deze trend naar voren. Wat valt eigenaren van escaperooms op aan groepsprocessen in zo'n kamer? Zij zien tenslotte alles, terwijl jij als deelnemer alleen maar kunt gissen naar hoe andere groepen het ervan afbrengen.

Wat vooral opvalt, uitzonderingen daargelaten, is dat het haantje de voorste het meestal niet bij het rechte eind heeft. Het zijn de stille wateren met diepe gronden, zegt Danielle Meyer van Escape Room Weesp: "Na een kwartier komen ze erachter dat die stillere persoon toch gelijk heeft, maar die krijgt dan alsnog niet de credits. Dat is echt heel lullig. Vooral kinderen zien vaak heel veel, maar worden niet serieus genomen. Tip: luister naar je kind."

Ook valt op dat mannen en vrouwen vaak heel anders te werk gaan. "Mannen gaan meer op onderzoek en vinden sneller dingen, vrouwen kunnen weer beter puzzelen", zegt Alice van Ginkel van escaperoom Aaltjes Advocaatuur in Woudenberg. Zo zijn er meer verschillen tussen mannen en vrouwen. Waar de escaperooms het in elk geval over eens zijn: een combinatie van mannen en vrouwen heeft de grootste kans op ontsnappen.

'Mijn ouders krijgen een pushmelding van al mijn nieuwe cijfers'

Spijbelen, te laat komen of die ene onvoldoende voor je ouders verborgen houden? Dat gaat tegenwoordig niet zo makkelijk meer. Ouders kunnen het schoolgedrag van hun kind bijna real-time volgen via allerlei leerlingvolgsystemen als Magister of SOMtoday.

En dat gaat te ver, vinden sommige politici. "Ouders hoeven echt niet te weten of de leerling een keertje in het fietsenhok aan het zoenen is", zegt Paul van Meenen (D66), die het onderwerp maandag onder de aandacht bracht. Leerlingen hebben volgens de politicus dus meer recht op privacy.

Maximiliaan (18) zit in het laatste jaar van de havo op een school in Leeuwarden en ook zijn ouders zien alles wat hij op school uitspookt. "Mijn ouders krijgen een pushmelding van ieder nieuw cijfer en weten het vaak eerder dan ik", zegt hij. "Laatst ging ik een week naar Parijs toen de cijfers binnenkwamen. Dan word ik meteen gebeld met de vraag waarom ik een onvoldoende heb gehaald."

De ouders van de 18-jarige scholier wonen op Vlieland, terwijl Maximiliaan in Leeuwarden naar school gaat. Hij woont dus sinds kort op zichzelf. "Ze bellen me trouwens niet alleen als ik een nieuw cijfer heb gehaald", zegt hij. "Ook als ze zien dat ik me heb ziek gemeld, hangen ze aan de telefoon met de vraag waarom ik nou weer ziek was en vragen ze of ik morgen wel weer naar school ga."

Ergens snapt Maximiliaan het wel. "Genoeg leerlingen spijbelen om bijvoorbeeld te blowen", zegt hij. "Alleen dat doe ik helemaal niet, maar ik moet me nu wel continu verantwoorden."

De ouders van Maximiliaan hebben een standaard inlog voor het online volgsysteem gekregen die, ook al is hij achttien, nog steeds geldig is. Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens is het twijfelachtig of dat mag.

"Volgens de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) mogen ouders de persoonsgegevens van hun kind inzien tot hun zestiende", zegt de organisatie. "Is iemand zestien jaar of ouder? Dan heeft een kind zelf recht op inzage en moet hij de school expliciet toestemming geven, voordat die de gegevens aan de ouders kan geven."

"Die toestemming moet heel specifiek worden aangegeven", zegt de autoriteit. "Stilzwijgende toestemming of toestemming die er misschien al was voordat het kind zestien werd, geldt niet."

Maar op dit moment wordt door scholen voor het verstrekken van de gegevens van zestienplussers aan de ouders helemaal geen toestemming gevraagd. We vroegen aan privacyjurist Arnoud van Engelfriet of dat zomaar kan.

"Vanaf je zestiende moet je inderdaad toestemming geven", zegt Van Engelfriet. "Maar als het verstrekken van gegevens nodig is voor het uitvoeren van je taak, is toestemming niet nodig."

Volgens de jurist kun je beargumenteren dat scholen de wettelijke verplichting hebben om ouders te laten weten hoe hun kind het op school doet. Dat was vroeger ook zo. "Alleen is het nu op twee punten anders", zegt Van Engelfriet. "Ouders krijgen nu veel meer gegevens tot hun beschikking en ze volgen het ook nog eens real-time."

In het verleden zijn daar volgens de privacy-expert nooit gerechtelijke uitspraken over gedaan. "Of het echt strafbaar is, weten we dus niet. Maar zeker met het oog op de nieuwe privacywet die in mei ingaat, moeten scholen wel echt goed kunnen motiveren waarom ze precies zoveel gegevens verstrekken. En ik denk dat veel scholen daar niet zo'n goed verhaal voor hebben."

Terug naar de Autoriteit Persoonsgegevens. "Scholen zijn wettelijk verplicht om ouders te informeren over de vorderingen op school", zegt de organisatie. "Maar tegelijkertijd mag de school alleen gegevens delen die relevant zijn voor de voortgang van de leerling." Daar ontstaat een grijs gebied, want wie bepaalt wat er voor ouders nodig is om te weten hoe hun kind er op school voor staat?

"De scholen zelf", zeggen de makers van leerlingvolgsystemen als Magister. "Wij hebben daar geen morele mening over. Scholen kunnen zelf instellen of ze elke laatmelding of elk cijfer willen melden."

De makers zien dat scholen daarin verschillende keuzes maken. "Het is afhankelijk van het type leerlingen en de visie van de school", zeggen ze. "Wij maken alleen alle functies mogelijk, omdat we vinden dat de scholen zelf moeten kiezen wat ze ervan willen gebruiken."

Een van de scholen die een online volgsysteem gebruikt, is het Farel College in Amersfoort. "Ik ben blij met de app, want ik vind dat je als schoolleider betrokken moet blijven bij je kinderen", zegt directeur Thijs Jan van der Leij.

"Privacy is wat mij betreft geen issue", zegt hij. "Ik zou privacy eerder koppelen aan derde partijen die daar eventueel misbruik van zouden kunnen maken." Toch kan de directeur zich wel voorstellen dat niet elk kind wil dat ouders over de schouder meekijken.

"De app is een instrument, waarin je ook de cijfers van je kind kan zien", zegt hij. "Maar je bent als school bezig met het vormen van een kind. Dat gaat niet altijd over cijfers."

Maar als je kijkt naar 'de vorming van een kind' kun je je volgens Kinderombudsvrouw Margite Kalverboer afvragen of het goed is voor de zelfstandigheid als ouders alles in de gaten kunnen houden. "Om los te komen van je ouders en op je eigen benen te leren staan, is het belangrijk dat niet alles wat je doet door je ouders wordt gecontroleerd", zegt ze.

Maximiliaan kan zich daar wel in vinden. "Je ouders bedoelen het vast goed, maar pubers willen ook een beetje loskomen van hun ouders", zegt hij. "Je wil gewoon niet constant gezeik aan je hoofd."

Maar als je het wettelijk bekijkt, geeft ook het Kinderrechtenverdrag, net als de Nederlandse wetgeving over privacy, geen sluitend antwoord op de vraag wat ouders wel en niet mogen weten over hun kinderen.

"In het Kinderrechtenverdrag staat dat anderen zich alleen mogen mengen in het privéleven van een kind als daar een goede reden voor is", zegt de Kinderombudsvrouw. "Maar wat precies een goede reden is, daar moeten we met elkaar over praten."

Wat zegt de leeftijd van een vliegtuig over veiligheid?

Enge beelden voor iedereen die ooit nog in een vliegtuig stapt. Eentje die kilometers boven de Stille Oceaan vliegt, verliest een kap van z'n motor. Dat vliegtuig is 23 jaar oud. Een auto zouden we dan een barrel noemen, maar voor een vliegtuig geldt dat niet zo.

"Ouderdom zegt niet zo veel", zegt hoogleraar luchtvaarttechniek Joris Melkert van de TU Delft. "Het gaat meer om onderhoud. En hoewel moderne vliegtuigen steeds veiliger worden, zijn die als je ze niet goed onderhoudt slechter dan oude vliegtuigen die wél goed zijn onderhouden."

De Nederlandse piloot Peter Alilovic vliegt voor een Chinese maatschappij. Hij legt uit dat alle onderdelen van een vliegtuig een maximum aantal vlieguren hebben. "Een toestel wordt heel vaak gecheckt. En alle onderdelen van een vliegtuig worden vervangen voor het einde van hun levensduur."

Dus dat vliegtuig van 23 jaar oud, dat een kap verloor, had niet persé zulke oude onderdelen. "Het frame, het skelet van het vliegtuig, wordt niet vervangen. Veel andere dingen, vooral essentiële onderdelen, wel."

De gemiddelde leeftijd van vliegtuigen verschilt sterk per maatschappij. "Prijsvechters hebben vaak een jongere vloot dan grote maatschappijen als KLM", zegt Melkert. Omdat die vaak veel van dezelfde vliegtuigen hebben, kunnen ze die in grote aantallen tegelijk kopen. Dat is op den duur goedkoper dan losse onderdelen vervangen.

Een cityhopper van zo'n prijsvechter gaat daarnaast veel minder lang mee dan een vliegtuig dat lange vluchten maakt. Piloot Petar zegt: "Wat een vliegtuig afschrijft is niet het aantal vlieguren, maar het aantal vluchten. Als een vliegtuig opstijgt, wordt de cabine op druk gebracht. Opgeblazen, zeg maar. Dat zorgt voor spanning op het materiaal."

"Een vliegtuig dat 20 uur vliegt, wordt maar één keer op druk gebracht, een vliegtuig dat korte afstanden vliegt, wordt in dezelfde tijd drie tot vier keer op druk gebracht. Daarom zie je dus ook dat maatschappijen die langer vliegen, oudere toestellen hebben. Die gaan langer mee."

Onder een dak met een ex-dakloze

Ruben (23) en Tamara (37) wonen in hetzelfde appartementencomplex in Utrecht. Ruben woonde hiervoor op een kamertje van vier vierkante meter, Tamara leefde op straat en in een daklozenopvang. In het complex waar ze nu zitten, wonen ex-daklozen en 'gewone' huurders naast elkaar.

Dat bevalt beide buren erg goed. "Dit is een dorp in de stad, maar dan met alle faciliteiten. Je kent je buren en je gaat op een ongedwongen manier met elkaar om", zegt Ruben. "Je komt elkaar in het portiek tegen, je maakt een praatje, we hebben een actieve Facebookgroep, er zijn allerlei activiteiten, dus dat is hartstikke leuk."

Voor Tamara is naast het goede contact met andere bewoners nog iets anders belangrijk: "Hier kan ik mezelf zijn, niemand kijkt op me neer. Ik heb op straat best wel dingen meegemaakt die blijven hangen. Het is altijd fijn om daar met iemand over te praten die dat begrijpt."

De ex-daklozen worden drie jaar lang begeleid door de opvangorganisatie waar ze bij huren. Eerst iedere week en dat wordt afgebouwd naar maandelijks. Na die drie jaar kan hun contract worden omgezet in een regulier huurcontract.

Voor de reguliere huurders staat in het contract dat ze vier uur per week vrijwilligerswerk doen, in ruil daarvoor betalen ze minder huur.

Dit soort 'gemengd wonen'-projecten ontstaan op veel plekken in Nederland. Maarten Davelaar deed er samen met de Hogeschool Utrecht onderzoek naar en concludeerde dat ze vaak goed werken: "Ze voorzien in een behoefte, zowel voor de mensen die een nieuwe start moeten maken, als voor de andere huurders. Die vinden een aardige, goedkopere woonruimte, op een levendige plek, met goed contact met medebewoners."

Overlast

Toch zijn niet alle gemengd-woonvormen een succes. "Er zijn plekken waar te veel mensen een beroep doen op hulp, mensen die nog te veel met zichzelf in de knoop zitten. En als er dan tegelijkertijd te weinig mensen zijn die zich willen inzetten, kan het uit evenwicht raken", zegt Davelaar.

Vooraf had Ruben zelf ook verwacht dat er meer overlast zou zijn in het complex, maar dat valt heel erg mee, vindt hij. "Natuurlijk gaat er weleens iets fout, maar dat gebeurt overal." Tamara: "Soms is er onderling een ruzie, of gaat het met iemand niet zo goed, maar daar kunnen we zelf heel goed mee omgaan."

Ruben en Tamara denken dan ook voorlopig nog niet aan verhuizen. Met Tamara gaat het zo goed, dat ze al met de opvangorganisatie in gesprek is om haar contract over te zetten naar een regulier contract. Veel verschil zal het voor buurman Ruben niet maken. "Het maakt mij niet uit wat iemands achtergrond is, we zijn allemaal buren."

Waarom de batterij in je smartphone niet veel beter wordt

Je kent het wel. Ben je net een leuke serie aan het streamen op je telefoon, is je batterij leeg. Aan het videobellen met een verre vriend? Batterij leeg. Live gaan vanaf een festival? Batterij leeg. Terwijl alles in je smartphone beter, krachtiger, sneller, lichter en scherper wordt, blijft er één onderdeel achter: de batterij. Volgens Marnix Wagemaker van het batterijenlab van de TU Delft hoeven we de komende jaren op dat gebied ook geen doorbraak te verwachten: "We zitten tegen de limiet aan." Beter kan het bijna niet meer.

Met wat finetuning kan de huidige li-ionbatterij nog zo'n anderhalve keer, misschien twee keer, zo goed worden. Maar daar houdt het wel op. Het grafiet in de batterij kan worden vervangen door silicium, zwavel of grafeen. Die materialen kunnen meer lithium vasthouden, waardoor de batterij meer stroom kan leveren. Die techniek is in ontwikkeling, maar het duurt nog jaren voor die op grote schaal toepasbaar is.

En zelfs als die nieuwe technieken doorbreken, hoeven we geen wonderen te verwachten. Wagemaker: "Batterijen kunnen nog hooguit vijf keer krachtiger dan dat ze nu zijn. Dat is het maximum dat de chemie je biedt, dan ben je er wel zo ongeveer."

We horen je denken: vijf keer krachtiger, dan gaat de telefoon wel weer een week mee. Zo simpel is het niet. Smartphones worden in zo'n rap tempo beter, sneller, lichter en geavanceerder dat zelfs in het meest optimistische scenario batterijen die ontwikkelingen niet kunnen bijbenen. Wen dus maar aan elke dag je telefoon opladen, want voorlopig blijft dat nog nodig.

Home | Contact